CHI Nederland



Gerrit van der Veer

Gerrit C. van der Veer wordt als SIGCHI lid van het eerste uur geïnterviewd in de serie De Naam M/V. Hij is kersvers SIGCHI-erelid en well known universitair hoofddocent aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Lees meer over zijn oorkonde, zijn voorliefde voor Baskische schalmeien en de relatie tussen mentale modellen en een redelijke espresso…
door: Mariëtte de Haan

G: wie is Gerrit C. van der Veer- wat is je geboorteplaats en -datum, wat is je huidige woonplaats en hoe ben je daar terecht gekomen?

  interviews/gerrit_vander_veer_interview.jpg
Gerrit van Der Veer
SIGCHI.NL erelid

Ik ben geboren op 2 december 1940 in Den Haag. Daar heb ik gewoond tot ik 20 was. Ik bezocht na de ‘lagere school’ de MULO en de kweekschool. Voor een middelbare school moest toen schoolgeld betaald worden, en dat hadden mijn ouders niet. Gedurende de kweekschool besloot ik dat ik naar de Universiteit wilde, omdat ik de indruk kreeg dat je met Psychologie (in feite met psychologische experimenten) systematisch iets kon doen om voor mensen een aangepaste situatie te creëren. Dus deed ik staatsexamen HBS-B, letterlijk zonder ooit een HBS van binnen te hebben gezien. Ik slaagde dus ik stopte abrupt met mijn kweekschool-opleiding en ging naar de VU te Amsterdam.
In die tijd kreeg je alleen studiefinanciering als je een aanbeveling had van de directeur van je middelbare school. Dus ik moest werken om mijn studie te betalen: als student-assistent voor 20 uur en na het tweede jaar zelfs 30 uur per week. Een goede investering, want mijn taak bestond uit het leren programmeren van de enige computer in Amsterdam, de X-een van het Mathematisch Centrum (nu CWI) en daarna uit het schrijven van computer programma's voor statistiek (variantieanalyse, factoranalyse), en het lesgeven aan medestudenten en docenten over hoe met een computer om te gaan.

Mijn afstudeer scriptie ging over het gebruik van mathematische leermodellen als adaptief middel om computerondersteund onderwijs aan het individuele leerniveau van de leerling aan te passen. Dat was in 1966 nogal modern, en na een paar jaar werd ik voor dat verhaal nog uitgenodigd als ‘invited speaker’ bij het eerste ‘IFIP world congres on computers in Education’.

Ik bleef een tijd bij Psychologie hangen, met onderzoek naar individuele verschillen tussen computer gebruikers, met een serie onderzoeken naar toepassingen van computers in het onderwijs, etc. Begin 80er jaren was ik samen met mijn ‘partner’ (later echtgenote) Elly Lammers, en met Thomas Green de organisator van de eerste ‘European Conference on Cognitive Ergonomics’ en dat leidde tot de oprichting van EACE (European Association of Cognitive Ergonomics).
Dat eerste congres was overigens een jaar eerder dan het eerste CHI congres in de US en 2 jaar eerder dan de eerste INTERACT, en dit jaar is er al weer ECCE 12 (een van de 2 conferenties die elk om de 2 jaar plaats vinden).

Rond 1984 werd ik door de toen jonge vakgroep Informatica gevraagd om onderwijs op te zetten op het gebied van HCI. Dat beviel me erg goed, en ik probeerde deeltijds naar de faculteit Wiskunde en Informatica over te stappen. Dat wilde men alleen toestaan als ik eerst eindelijk mijn proefschrift schreef. Ik kreeg twee jaar de tijd, waarvan één dag in de week betaald door Informatica, om dat naast mijn werk bij Psychologie te doen. Met veel hulp van Elly lukte het om relevante bestaande publicaties en een groot nieuw onderzoek naar computer gebruik bij 150 voortgezet onderwijsinstellingen te combineren tot een boekje getiteld: ‘Human-Computer Interaction; Learning, Individual Differences and Design Recommendations.’

Dat was 1990. Ik verliet de Cognitieve Psychologie omdat ik in feite niets bij te dragen had, maar slechts de theorie en methoden toepaste in een ander domein. Ik ben 8 jaar halftijds aan de Universiteit Twente werkzaam geweest, na het vroegtijdig overlijden van Ted White als voorzitter van de vakgroep Cognitieve Ergonomie, en tegelijk was ik bezig bij Informatica aan de VU met onderzoek en met steeds meer onderwijs. Toen Informatica VU mij vroeg om een complete studierichting ‘Multimedia en Cultuur’ op te zetten heb ik besloten om maar weer helemaal naar Amsterdam te gaan. Overigens mag ik van mijn bazen nog enkele jaren langer blijven dan het ABP heeft voorzien (onze huidige regering streeft daar trouwens ook voor jullie allemaal naar).

Dus daar werkte en werk ik. Ik heb Elly bij mijn eerste baan (bij Psychologie) leren kennen en we zijn daarna steeds met elkaar mee verhuisd (een uitstapje naar Psychiatrie bij de faculteit Geneeskunde, naar Ergonomie Twente, naar de VU Informatica).
We hebben ook een plek buiten de VU: na Zaandam (de Psychologie tijd), en Apeldoorn (Twente en de VU beiden deeltijds) nu Lelystad, een splinternieuwe bungalow die intern door ons zelf is ontworpen.

E: tot Erelid benoemd op de recente SIGCHI lustrumconferentie, voor je enthousiasme en inzet voor ACM/SIGCHI en het vakgebied HCI, ook internationaal. Zag je het enigszins aankomen? (en waar hangt de oorkonde?)

Dat erelidmaatschap verraste mij volkomen. Ik vind het wel erg leuk, en de oorkonde hangt op mijn werkkamer op de VU boven mijn buro.

R: Risotto, rode bietjes of heb je een ander lievelingsgerecht?

Wat eten betreft zijn wij nogal bourgondisch. Wij eten ‘regelmatig’ bij restaurants met een Michelin-ster, en Elly heeft up to date informatie over specialiteiten-restaurants in alle landen die we voor onze conferenties en buitenlandse activiteiten bezoeken.
In onze eigen keuken kun je vaak wild aantreffen, klaargemaakt op onze ‘country cooker’ en met een passend garnituur en een goede wijn opgediend.

R: Recent gelezen boek, vaktechnisch of anderszins:

Voor ontspanningsliteratuur heb ik nauwelijks tijd. Op twee vakgebieden probeer ik alles bij te houden:

- HCI: laatste twee zijn Norman's Emotional Design en Cancy & Edmond's Explorations in Art and Technology.
- Musicologie: het nieuwe en eerste boek over de geschiedenis van de Schalmij in Baskenland.

I: Informatica, als je niet in dit vakgebied was beland, wat zou je dan naar alle waarschijnlijkheid zijn gaan doen?

Als ik het over kon doen? Ik zou onderzoeker en restaurateur van muziekinstrumenten zijn geworden. Dat ben ik nu in feite ook, daar besteed ik veel tijd en (te?) veel geld aan. Ons huis bevat een museum met een mooie collectie authentieke instrumenten in originele en speelbare conditie, die de geschiedenis van Europese muziek vanaf de 17e eeuw laat zien en horen! Daarom moest die bungalow worden aangepast.

T: Taakmodellering en Mentale modellen hebben je speciale aandacht. Je bent ook oprichter van het curriculum 'Information Sciences: Multimedia and Culture' aan de VU. Kun je daar wat meer over vertellen?

Taakmodellen en Mentale modellen zijn twee kanten van mijn visie op het ontwerpen van interactieve systemen:
- Taakmodellen kunnen door een ontwerpteam worden gebruikt als uitgangspunt voor het ontwerp. Ze betreffen in mijn benadering alle informatie over huidige en te verwachten toekomstige ‘context of use’: wie gebruikt technologie, voor welke activiteiten (taken) met welke doelen, in welke situatie? Als ontwerper zijn dit de eerste vragen die je moet stellen, en je moet je steeds afvragen in hoeverre jouw ontwerp een verandering op deze gebieden veronderstelt, of veroorzaakt.
- Een mental model is een vorm van menselijke kennis die een mens in feite pasklaar samenstelt op het moment dat dit nodig is: ik heb nu even trek in een kop koffie, kijk om me heen, en zie een apparaat met een DE vignet, en ik bedenk wat ik kan doen, of ik muntjes nodig heb, en hoe ik er een redelijke espresso uit zou kunnen krijgen.

Multimedia en Cultuur is een label voor een complete (3 jarige) Bachelor en (1 jarige) Master binnen Informatiekunde (Information Sciences). De opleiding richt zich op het vakgebied van het ontwerpen van interactieve systemen voor culturele toepassingen in de breedste zin (van de uitgeverij tot de Efteling, van het onderwijs tot de games-industrie) op academisch nivo. Bovendien richt de opleiding zich op het ontwerpen in een multiculturele situatie: onze websites en onze systemen worden ontwikkeld en gebruikt (of afgewezen) dwars door nationale en culturele grenzen heen.

Dat betekent MET veel theorie over alle aspecten: informatica en informatiesystemen, ergonomie, menswetenschappen, geschiedenis van de moderne westerse cultuur, grafisch ontwerp, muziek en geluid en tekstontwerp. De theorieën en de methoden en technieken komen dan ook uit een grote verscheidenheid aan disciplines. In mijn team vind je expertise uit de kunsten, organisatie- en cognitieve psychologie, ergonomie, psycholinguïstiek, software engineering en multimedia technologie.
Ongeveer 50% van alle vakken zijn als informatica te herkennen, met een zeer degelijke basis van Java programmeren in het eerste jaar - daarin hebben ‘mijn’ studenten precies evenveel ervaring als welke ‘harde’ informaticus dan ook.

V: Vrije Universiteit; hoe bevalt het je daar? Je bent er werkzaam als Universitair Hoofddocent / Reader aan de Faculteit der Exacte Wetenschappen, afdeling Informatica. Na een Masters in Cognitive Psychology volgde een PhD in Computer Science, kun je kort iets vertellen over de kern van je onderzoek?

De VU is voor mij een redelijk goede Universiteit, ik heb altijd veel vrijheid gehad (maar soms weinig begrip voor mijn visies, met name bij Psychologie), en bij Informatica probeer ik nog steeds een geaccepteerde plek te krijgen voor mijn opleiding en mijn onderzoeksgroep. Sommigen begrijpen nog steeds niet dat wat wij doen van belang is voor Informatica in de 21e eeuw, dus er moet nog veel overtuigd worden. Een ACM/SIGCHI oorkonde helpt daarbij wel een beetje.

Voor mijn PhD onderzocht ik aspecten van menselijke informatieverwerking (wat voor mentale modellen ontwikkelen leerlingen als ze met verschillende soorten systemen werken, met name een desktop/windows omgeving versus een commando interface), en het effect van individuele verschillen, en wat je kunt doen om een systeem zich optimaal te laten aanpassen.

Tegenwoordig onderzoek ik vooral welke ontwerpmethoden, technieken en gereedschappen nuttig zijn om in een multidisciplinair ontwerpteam tot goede oplossingen te komen, en dan vooral in een wereld die voortdurend verandert zowel in termen van nieuwe technologie als nieuwe doelen, wensen en bedrijfsprocessen.

E: EACE, de European Association of Cognitive Ergonomics, wat doe je als hun 'Cooperating Societies Liaison' en wat is het verschil met ACM/SIGCHI?

Als cooperating society liaison probeer ik allerlei soorten van samenwerking te laten gebeuren (wederzijds adverteren van conferenties, publicaties, etc.). Overigens doet ook hier Elly een belangrijk deel van het werk: zij stuurt mail shots naar de leden van EACE (ik schat zo'n 20 berichten per week), zoals ze dat in het verleden ook deed voor de werkgroep mens-machine interactie die de voorloper was van SIGCHI.NL. Relevante emails verstuur ik ook weer naar de mailinglijsten van ACM/SIGCHI.

EACE is overigens een ander soort organisatie dan SIGCHI of SIGCHI.NL: Men kan alleen lid zijn als men Researcher is, academisch onderzoeker dus. Studenten kunnen ‘probationer’ zijn voor maximaal 4 jaar (in die tijd zouden ze een proefschrift moeten hebben afgeleverd) en lid word je alleen als je een CV inlevert die je research achtergrond laat zien en als jouw aanvraag wordt gesteund door twee leden. En aanmelden gaat weer via Elly, zij beheert sinds de oprichting het ‘memberschip secretariat’.

Bij SIGCHI kan ‘iedereen’ lid worden, en er is een redelijke balans tussen academia en industrie, EACE is een vereniging van onderzoekers.

E: Ergernis of een zegen je huidige studenten?

Ik heb altijd het meeste geleerd van mijn studenten. Ik kan nooit zeggen dat een bepaalde methode, techniek, benadering of oplossing de beste is; studenten moeten zelf een keuze maken en die degelijk onderbouwen. Bij tentamens op het gebied van ontwerpen en mens-computer interactie worden ze ook extra beloond als ze met onverwachte of voor mij onbekende ideeën komen.
Afstudeer-zittingen en promoties zijn voor mij net zo iets als het te water laten van een schip moet zijn voor een scheepsbouwer. Voormalige studenten gaan ook hun eigen weg en dat leidt weer tot een toekomst vol boeiende discussies.

R: Rome, Reykjavik of heb je een andere favoriete stad?

Als het zou kunnen dan graag ergens in Toscane. Siena gooit hoge ogen, sfeervol, niet te druk, een levende locale cultuur, veel goede restaurants en uitstekende wijnen.

Tot slot een tip:
Everything you wanted to know about user interface design but did not dare to ask: http://www.cs.vu.nl/~gerrit/gta/uid.html