CHI Nederland


21 januari 2004

In het kader van 'Enabling technologies' (techniek in dienst van de mens) drie lezingen in het Grafisch Lyceum in Utrecht, waarvan hieronder de verslagen.

Door: Igor Freeke

beeldmateriaal ©TNO Technische Menskunde

Electronische hulpmiddelen bij het autorijden: nieuwe kansen, nieuwe risico’s

In de VS vallen per jaar 25 maal meer dodelijke slachtoffers in het wegverkeer dan bij de aanslag van 9/11. In de EU valt jaarlijks ongeveer een gelijk aantal verkeersslachtoffers. Automatisering van het autorijden, helemaal of gedeeltelijk, wordt gezien als een van de manieren om die aantallen drastisch terug te brengen. Om dit goed te doen, moet in het ontwerp van hulpmiddelen rekening worden gehouden met wat bestuurders kunnen en willen. Anders worden bestaande risico's niet goed ondervangen en zullen er nieuwe risico's worden geïntroduceerd.

Gastspreker is Wiel Janssen, wetenschappelijk medewerker bij de onderzoeksgroep Verkeersgedrag van TNO Technische Menskundein Soesterberg.

Autorijden kan grofweg op twee manieren worden vergemakkelijkt: door automobilisten beter te informeren en door ze beter teassisteren. Onder systemen die informeren worden onder andere de navigatie, de radio en de telefoon verstaan. Systemen die assisteren zijn bijvoorbeeld de intelligent cruise control die je auto op een veilige, vaste afstand aan je voorganger laat ‘kleven’,automatische voertuiggeleiding die alle stuurtaken uit handen neemt en de snelheidsbegrenzer.

Helaas introduceren de systemen die de het autorijden moeten vergemakkelijken weer allerlei risico’s:

Overbelasting en onderbelasting Het is bekend dat mensen niet alleen mentaal kunnen worden overbelast, maar ook kunnen worden onderbelast. Bekend voorbeeld is polderblindheid waarbij automobilisten, versuft door eentonigheid op lange rechte stukken, van de weg raken. Het grote probleem is dat het optimum - dat ergens tussen onder- en overbelasting ligt - zo lastig kan worden bepaald. Het verschilt namelijk sterk per individu en per situatie.

Verlies van controlegevoel Door toename van electronica in voertuigen lijkt de directe mechanische terugkoppeling te gaan verdwijnen. Voorbeeld uit de luchtvaart: de Airbus was het eerste passagiersvliegtuig dat gebruik maakte van fly-by-wire technologie. Een ruk aan stuurknuppel of gashendel wordt hierbij niet met een kabeltje naar de roeren en de motoren doorgegeven, maar eerst omgezet in een electronisch signaal, vervolgens wordt dat signaal bewerkt door ‘intelligente’ – of zo je wil ‘eigenwijze’ - electronica om vervolgens kleine motortjes aan te sturen die de roeren en de motoren bedienen. Hoewel die intelligentie in veel gevallen toegevoegde waarde biedt, zullen er altijd gevallen blijven waarin dat niet zo is. De piloot ervaart dan dat het toestel net even anders reageert dan hijzelf had verwacht, raakt in de war – wat een paar keer tot een crash heeft geleid. In de autoindustrie bevindt drive-by-wire zich nog in het beginstadium, maar het zal niet lang meer duren voor dit gemeengoed is.

‘Mode errors’ Steeds meer apparaten en voertuigen krijgen min of meer een menugestuurde bediening zoals we dat gewend zijn op onze personal computer. Onderdeel daarvan is dat schermen zich in verschillende modi kunnen bevinden. Ook dat heeft in de luchtvaart ooit tot een crash geleid: de piloot dacht dat ‘327’ de hoogte betrof in plaats van de snelheid, en dat terwijl het vliegtuig al bijna op de grond was.

Verlies van vaardigheden Naar mate systemen meer functies van de mens overnemen, zullen steeds minder mensen leren hoe een systeem werkt, of hoe men nog zonder kan. Of dat erg is, hangt sterk samen met de betrouwbaarheid van die systemen – hoe vaak komt het voor dat ik zelf aan mijn auto moet gaan sleutelen?

Gedragsaanpassingen Toename van de veiligheid of het gevoel van veiligheid spoort mensen aan om meer risico’s te gaan nemen. Hiermee wordt de veiligheidswinst meestal een stuk teruggebracht. Bij de eerste grootschalige toepassing van het antiblokkeersysteem op de Ford Scorpio eind jaren tachtig, kwamen er opvallend veel verfomfaaide exemplaren terug naar de garage.

Verder introduceren de nieuwe hulpmiddelen vaak ook weer aanknopingspunten om nieuwe fouten te maken. Doordat het hulpmiddel verkeerd wordt gebruikt bijvoorbeeld. Een bekerhouder wordt gebruikt als paraplustandaard, waardoor belangrijke bedieningsorganen buiten handbereik vallen.

En dan zijn er nog minder directe gedragsaanpassingen. Transportbedrijven die tijdwinst boeken met een navigatiesysteem, plannen nog een paar extra ritten in. Dat zijn weer nieuwe kilometers met nieuwe risico’s. Mensen stappen onder zeer slechte weersomstandigheden toch nog in hun veilige auto. En sommige ouderen durven weer deel te nemen aan het verkeer, omdat het besturen van een auto zoveel makkelijker is geworden.

Rode draad in de presentatie: elke veiligheidsmaatregel heeft zijn neveneffect dat de oorspronkelijke maatregel voor een deel tenietdoet. Maar ook voor Wiel Janssen is het te kort door de bochtom de resultaten van zijn vakgebied alleen maar in termen van ‘veiligheidswinst’ te zien. Want waarom zou je toename van snelheid en mobiliteit niet als winst mogen zien? Voer voor ethici.

beeldmateriaal ©Media Academie

Interactieve tv: interactie met een massamedium

Doe-televisie in Nederland en de ons omringende landen. De huidige stand van zaken, waarom het hier maar niet van de grond wil komen en een blik in de toekomst.

Spreker is Rob Prass, projectmanager multimedia op de Media Academie in Hilversum. Hij is verantwoordelijk voor r&d en trainingstrajecten op het gebied van cross-media.

Laten we beginnen met de vraag wat interactieve televisie (iTV) nu eigenlijk is. In de ruimste zin van het woord is iTV ‘televisie waaraan je mee kunt doen’. Dat is dus al lang geleden begonnen met quizkandidaten en met mensen die - in de studio - hun invloed op een programma konden uitoefenen. Later zijn daar telefoonpanels bijgekomen, telefonisch stemmen en het sms-en.

Toch wordt meestal pas van echte iTV gesproken sinds de komst van de settop box, een jaar of zeven terug. Die maakt het mogelijk om, met bestaande televisieapparatuur, ook commando’s van de kijker naar de programmamakers terug te zenden. Het maakt daarvoor gebruik van een telefoonlijn of de televisiekabel. Dat het apparaat al weer een tijdje meegaat blijkt uit de naam – die suggereert dat ‘ie op het televisietoestel moet worden geplaatst. En dat gaat nu eenmaal niet lekker met de nieuwe generatie platteLCD televisies. Ondertussen is daar internet bijgekomen, dat – wanneer de kijker over een snelle aansluiting beschikt – nog veel meer mogelijkheden kan bieden.

Helaas moeten we voor goede voorbeelden van wat er zo er allemaal kan met iTV voorlopig nog uitwijken naar het buitenland:

De BBC zendt op een van z’n digitale kanalen een natuurfilm uit, waarbij de kijker kan kiezen uit verschillende ‘subkanalen’. Zo kan hij eerst naar de hoofdfilm kijken en vervolgens naar de ‘making of’ - of andersom. Dit kan natuurlijk alleen maar als de film meerdere malen achter elkaar wordt uitgezonden.

De BBC liet de kijker bij Wimbledon zelf kiezen welk geluid hij wenste te horen: tv-verslaggever, radioverslaggever of stadiongeluid op de tribune. Veel meerwaarde voor de kijker tegen weinig extra productiekosten. Zo zou je zelfs de hele regie van een voetbalwedstrijd aan de kijker kunnen laten overlaten – laat de kijker zelf maar bepalen door welke camera hij de wedstrijd wil zien.

In Duitsland loopt een interactieve ‘Tatort’ waarbij de kijker bijvoorbeeld kan raden wie de misdaad heeft gepleegd. Daarmee kan hij een rol winnen in een latere aflevering. De makers bedenken de ‘quizvraag’ en op die manier zijn zowel de kijkers als de makers verweven in het interactieve programmaconcept.

De mogelijkheden van iTV zijn voornamelijk begrensd door de fantasie en ervaring van de makers. En die ontbreken inNederland. Doordat er verschillende distributiekanalen zijn - analoge zendmasten, kabeltelevisie, satalietontvangst – en de settop boxen niet zijn gestandaardiseerd, kunnen de experimenten nooit op grote schaal plaatsvinden. En om die reden wordt er in Nederland nog maar heel weinig geëxperimenteerd met interactieve televisie. Experimenten die worden gedaan, bloeden keer op keer dood omdat er nauwelijks publiek kan worden bereikt, waardoor er weer geen kennis wordt opgebouwd. Zo is iTV is Nederland nooit echt veel verder gekomen dan het meespelen van televisiespelletjes - zonder veel toegevoegde waarde ten opzichte van het meespelen met potlood en papier.

De enige plek op de wereld waar iTV wel goed van de grond komt isGroot-Brittannië. De Britten hebben de standaardisatie van distributiekanalen en settop boxen goed op orde en de BBC verzorgt echt interactieve programma’s. Ik had graag nog veel meer Engelsevoorbeelden in deze presentatie gezien. Doordat de normale BBC-programma’s al zo verschrikkelijk de moeite waard zijn, zou je verwachten dat dat ook geldt voor interactieve televisie.

Prass is niet erg optimistisch over de toekomst van iTV in Nederland. Standaardisatie in distributiekanalen maar vooral ook in settop boxen zijn echt een voorwaarde voor kansrijke experimenten. Aan de andere kant staat breedband-internet in de startblokken om de – interactieve – rol van de televisie in te nemen. VPRO’s 3-voor-12 – met onder andere 24 uur per dag videoclips – is een goed voorbeeld van wat we kunnen gaan verwachten.

interessante links bij dit artikel:http://www.bbc.co.uk/commissioning/questions/interactive.shtml

http://www.bbc.co.uk/commissioning/bbci/background.shtml

beeldmateriaal ©Fier

Fier in de bajes: een virtuele blik door de tralies

Een kijkje in de keuken van het nieuwe-media buro Fier tijdens de totstandkoming van een arbeidsmarktcampagne voor de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI).

Spreker is Benny Naber, algemeen directeur bij Fier Concept en Design .

Fier bouwde de Virtuele Gevangenis, een website over DJI als werkgever die niet aleen maar bestaat uit droge feiten, maar vooral uit ‘interactieve verhaallijnen’. De site probeert daarmee een levendig beeld te schetsen van het werken en leven in de gevangenis.

Negen tijdbalken visualiseren samen één dag uit het gevangenisleven: elke tijdbalk staat voor één medewerker – of een bajesklant. Op elke tijdbalk staan een aantal acties gemarkeerd, die kunnen worden opgeroepen door erop te klikken. De gefilmde acties vormen de kern van het concept en zijn bijzonder slim en fraai geproduceerd.

Slim, omdat het internet als medium geen echte filmpjes toelaat – zeker wanneer de doelgroep niet over een snelle verbinding beschikt – en er op basis van film toch mooie, realistische fotoanimaties zijn gemaakt. Voor wie zich daar geen voorstelling van kan maken, het houdt het midden tussen film en een fotoroman (gefotografeerd stripverhaal – te koop bij uw tabakswinkel, naast de Bouquetreeks).

Handige bijkomstigheid van de fotoanimaties is dat er iets minder hoge eisen aan het acteertalent voor de medewerker- en bajesklantrollen kon worden gesteld. Beide partijen werden trouwens gespeeld door echte medewerkers, wat als voordeel had dat ze al aardig waren ‘ingespeeld’ en dat er geen acteurs van buiten hoefden te worden ingehuurd. Voordelig en bovendien geen ‘gedoe’ om buitenstaanders binnen te laten in de gesloten inrichting. En wat is er nou leuker voor een bewaker om eens in de huid van een ‘bad guy’ te kruipen.

Verder zijn de acties niet allemaal even lineair, bevatten sommige acties ‘verborgen gedachten’ van medewerkers en gevangenen die kunnen worden opgeroepen en zijn sommige acties in een spelvorm gegoten – zoals ‘drugs zoeken’ bijvoorbeeld.

Meerdere malen getest op gevangenispersoneel –zeer enthousiast ontvangen en goed voor een Nederlandse Designprijs – is het project nooit ‘life’ gegaan door een politiek issue: de campagne zou een te rooskleurig beeld van het gevangenisleven kunnen oproepen. Vette koppen in de grootste krant van Nederland spookten door de hoofden van de opdrachtgevers.

Om tegenwicht te bieden aan de misvatting dat het zo gezellig en comfortabel is in ‘hotel de houten lepel’, deed Fier een voorstel voor een begeleidende campagne met de naam ‘Geen Toegang’. Ook die mogen ze uitvoeren en in een nieuwe site worden met filmpjes, spellen en quizzen, de feiten en fabels van elkaar gescheiden. En als die wordt goedgekeurd – wat in de komende weken kan gebeuren – zullen zowel de Vituele Gevangenis als Geen Toegang gezamenlijk online gaan. Zo niet, dan zou het heel erg jammer zijn dat niet iedereen kan kennismaken met een heel mooi uitgewerkt project op gebied van arbeidsmarktcommunicatie.

Igor Freeke is freelance interactieontwerper en usability consultant. Voor meer informatie: http://www.freeke.net/.