CHI Nederland


28 januari 1998

De conferentie op 28 januari was een groot succes! De grootste HCI bijeenkomst in Nederland ooit!

Verslag

door: Peter Boersma

De inleidingen

De inleidingen werden verzorgd door 3 sprekers die nauw bij de oprichting van de lokale afdeling betrokken waren. De eerste spreekster was Karen Jonkers (Origin) die het applicatiegebied van mens-computer interactie (MCI) besprak. Haar 'boom' met deelgebieden en invloeden van buiten besloeg:
  • de basis van research, analyse en ontwerp met invloeden van de cognitieve psychologie;
  • de stam van interface en interactie met invloed vanuit de ergonomie en informatica;
  • de kruin van implementatie in de vorm van producten met invloeden vanuit de bedrijfskunde en vanuit en op de maatschappij.
  • Hans Botman, voorzitter van de jonge vereniging, feliciteerde de aanwezigen met de grootste opkomst van Nederlandse MCI-specialisten ooit. Eerdere initiatieven werden meestal georganiseerd door de bestaande werkgroep MCI van het Nederlands Genootschap voor Informatica (Ngi), opgericht in 1985, die opgaat in SIGCHI.NL. Hans vertelde ook hoe moeilijk het was geweest de Amerikaanse moederorganisatie ervan te overtuigen dat het echt voldoende was om slechts één SIG voor Nederland op te richten en dat er echt geen behoefte was aan provinciale SIGs, regionale SIGs, of SIGs per (grote) stad.

De laatste inleider was Steven Pemberton, een internationaal gerenommeerde activist op MCI gebied, SIGCHI lid van het eerste uur en momenteel hoofdredacteur van ACM's Interactions (tot voor kort van SIGCHI Bulletin). Hij beschreef de moederorganisatie SIGCHI die dan de eerste CHI-conferentie van 1982 opgericht werd. SIGCHI heeft zo'n 5500 leden, waarvan 50% vrouw en 40% non-USA. Zowel academici als professionals zijn lid. Er zijn 2 door ACM betaalde staf-functionarissen, de rest van de organisatie is in handen van vrijwilligers. Er is een budget van $ 2,5 miljoen, voornamelijk voor conferenties. De al eerder genoemde jaarlijkse CHI-conferentie is daarvan de belangrijkste. CHI'98 wordt eind april in Los Angeles gehouden, CHI'99 in Pittsburgh, CHI2000 in Den Haag. Andere conferenties zijn UIST, IUI, DIS, AVI, CSCW en Hypertext. De belangrijkste publicaties van SIGCHI zijn het SIGCHI Bulletin en het wetenschappelijkere Transactions on CHI. Daarnaast wordt namens ACM het blad Interactions uitgegeven.

De sprekers

Voor en na de koffie, de lunch en de thee spraken experts uit het veld over hun ervaringen en onderzoek naar interactie en 't web. Gedurende alle pauzes was er een tentoonstelling met demonstraties van nieuwe interactie-technologie (de force-feedback muis trok veel aandacht) en informatie van betrokken organisaties, sponsors en een boekhandel.

Jakob Nielsen, Sun Microsystems

"Content Usability"
De eerste spreker was Jakob Nielsen. Hij schreef al over hypertext en hypermedia toen het Web nog uitgevonden moest worden. Hij is actief SIGCHI medewerker en als Deen voorvechter voor kleine landen. Zijn tweewekelijkse column "Alertbox" verschijnt alleen op het web, op de website van Sun, waar hij hoofd van het MCI-laboratorium is

Het onderwerp van Nielsen's lezing was "Content Usability" en nadat hij "The end of the age of Great Applications" had verkondigd (geen feature-rijke applicaties op machines die puur als calculator gebruikt worden, maar informatie-rijke "applicaties" op machines die alleen maar informatie opnemen en weergeven) constateerde hij ten eerste dat er voor content bijna geen ruimte op de schermen van gebruikers was. Van de gemiddelde web-pagina wordt 11-31% gebruikt door de browser, 13-16% voor whitespace, 23-50% voor navigatie, 6-10% voor reclame en blijft er maar 15-20% voor nuttige content.

Die content is dan ook nog eens gebrekkig:

  • tekst die voor andere (oude en lineaire) media geschreven is wordt hergebruikt ("repurposing") voor het nieuwe (non-lineaire) medium, het Web;
  • de geloofwaardigheid van content draagt bij tot de bruikbaarheid. Door de bron te vermelden, goede vormgeving toe te passen en "supporting evidence" aan te bieden in de vorm van links naar andere bronnen, kan de geloofwaardigheid verhoogd worden;
  • de schreeuwerige, marktkoopman achtige wijze waarop informatie gebracht wordt, blijkt door gebruikers niet gewaardeerd te worden, ze haken snel af;
  • omdat een beeld vaak meer zegt dan duizend woorden, kan er (met mate!) gewerkt worden met infographics, mits voorzien van bijschrift. Ook grafische overzichten, stroom- en procesdiagrammen dragen bij tot een betere bruikbaarheid;
  • "people don't read, they scan". Deze leus roept op tot een manier van presenteren van de content die gedragen wordt door een "inverted pyramid" opbouw. Hierbij wordt de conclusie eerst getoond, waarna deze toegelicht en onderbouwd wordt. Nielsen dacht eraan een zogenaamde "boom!-metric" te formulieren die aangeeft in hoeverre gebruikers het "Boom! That's what I need!" gevoel (zullen) hebben bij bepaalde content. De inverted-pyramid stijl wordt ondersteund door sleutelwoorden te highlighten, (tussen)koppen te gebruiken, lijsten te presenteren als lijsten en door de helft minder woorden te gebruiken dan in andere media.
  • Uit een onder zijn hoede uitgevoerd onderzoek blijkt dat de bruikbaarheid van informatie (gedefinieerd als een combinatie van factoren, onder andere leercurve, fouten bij opzoeken en fouten bij herinneren) vooral gebaat is bij objectief, scanable en kort weergeven van de tekst. Samen kunnen deze volgens de experimenten leiden tot een verbetering van 125%.

Sia van Keijsteren, Rabobank

"Succesfactoren van een website: Wat zijn de kenmerken van een goede site?"
Sia van Kejsteren sprak over de "Succesfactoren van een website" in haar rol als consultant bij Rabofacet verantwoordelijk voor een analyse van de Rabobank website. Deze website en de nieuwe versie daarvan, werden besproken aan de hand van vier thema's: Inhoud, structuur & navigatie, vormgeving en performance. Via een niet verder toegelichte gebruikersstudie waren de verschillende aspecten van de website geanalyseerd. Haar belangrijkste ontwerp-regels waren: Herschrijf teksten voor gebruik op het Web en maak daarbij gebruik van de mogelijkheden die interactie bieden en richt je op de doelgroep. Vanuit de zaal kwamen veel vragen over wijze waarop de gebruikersstudie was uitgevoerd, waarschijnlijk omdat er nog het een en ander aan de site mankeerde (zoals uit andere vragen bleek).

Peter Diesveld, CBS

"A new search strategy for non-experts: let the software do the expert tasks"
Peter Diesveld van de afdeling output-software van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zocht naar eenvoudige middelen om complexe gegevens naar de gebruiker te schepen. Het CBS ("content heaven") krijgt van potentiële gebruikers van de content veel vragen die onder-gespecificeerd zijn, niet geformuleerd in de termen van de meta-data die CBS gebruikt. De meeste van deze vragen komen via de telefoon binnen en het CBS zou deze gebruikers best via het Web willen bedienen.

Voor experts op het gebied van information retrieval (statistici en, in mindere mate wetenschappers en journalisten) heeft het CBS output-software ontwikkeld die ergonomisch gezien een ramp is. Er moeten veel te veel stappen doorlopen worden die ook nog eens kennis van de meta-data vereist.

De nieuwe aanpak, getiteld "Let the software do the work", verkleint het aantal stappen dat de gebruiker moet uitvoeren en maakt het daarmee makkelijker om het nog eens te proberen als het resultaat niet helemaal naar wens is (dat was één van de klachten bij de oude software; daar was het onduidelijk hoeveel stappen je terug moest voordat het zin had het nog eens te proberen). Van de 6 stappen specificeren, matchen met meta-data, formeel verwoorden, invoeren, presenteren en evalueren werden 4 geautomatiseerd (de middelste 4). Het specificeren bleef aan de gebruiker; die moet nog steeds de vraag formuleren. Het evalueren van de resultaten kan de gebruiker snel doen doordat bij iedere gevonden tabel een beschrijving word meegegeven. Het resultaat lijkt verdacht veel op de interface van AltaVista.

Mark Neerincx, TNO

"Informatiesystemen die de gebruiker de weg wijzen"
De afdeling Technische Menskunde va TNO (130 medewerkers) ontwikkelde een methode voor het realiseren van een basis interface structuur. In een niet al te duidelijke lezing lichtte Neerincx deze methode toe aan de hand van het ontwerp van een website en van een schadebeheersingssysteem voor marineschepen.

De taken van de gebruiker (bewaken, beoordelen en beslissen) worden bemoeilijkt door problemen met oriëntatie, navigatie en overzicht.

De methode om deze problemen te voorkomen behelst het tegelijkertijd toepassen van specificatie- en assessment-technieken. De specificatie verloopt volgens het bekende rijtje analyse, ontwerp, implementatie. De assessment bestaat eveneens uit een analysefase en daarnaast uit formatief en evaluatief empirisch onderzoek.

Reinout van Loo, Universiteit Twente

"Evaluatie van een Gemeentelijk 'Internet Loket': Ervaringen en Lessen"
Het nationale project Overheids Loket 2000 (OL2000, in Enschede OLE2000) wordt onder andere uitgewerkt door internet loketten te bouwen. De gebruikers, burgers van Enschede, moeten uit defragmentatie overwegingen centraal en op een vraag-gestuurde wijze geholpen worden. Voor de afdeling "Bouw en Milieudienst" is een prototype van zo'n internet loket geëvalueerd.

Het prototype liet gebruikers in verschillende stappen een vraag opbouwen door ze keuzen te laten maken op basis van rijtjes met opties en toelichtingen. De evaluatie was zo opgezet dat de doelstellingen eerst werden afgebakend (nee, we kijken niet naar de plaatjes), daarna de analysevragen werden opgesteld, vervolgens de meest geschikte evaluatiemethode werd gekozen en dat daarna naar proefpersonen werd gezocht.

Met behulp van "co-operative evaluation", video-opnames, een korte vragenlijst en 28 proefpersonen werden 22 usability problemen ontdekt die resulteerden in 28 aanbevelingen aan de makers van het prototype.

De gekozen opzet van de evaluatie bleek tot arbeidsintensieve experimenten te leiden. Bij ieder experiment moest een experimentator naast de proefpersoon zitten (co-operative evaluation), de video-opnames moesten nauwkeurig geanalyseerd worden en de antwoorden die mensen gaven op de vragenlijst waren moeilijk te matchen met de van te voren opgestelde analysevragen.

De ledenvergadering

's Middags werd de ledenvergadering gehouden van SIGCHI.NL (de keuze van deze naam stond als eerste op de agenda). De statuten, een vertaalde en licht aangepaste versie van de door SIGCHI opgelegde statuten werden snel goedgekeurd. Het interimbestuur van de jonge vereniging werd gedechargeerd, na de keuze van het nieuwe bestuur. Net als bij ISOC.NL kwam ook hier uit de zaal de opmerking waarom alleen mannen in het nieuwe bestuur waren opgenomen. Eveneens overeenkomstig de ISOC.NL oprichtingsvergadering werd ook hier het belang van een evenwichtige verdeling aangestipt en zouden er mensen zich gaan bezig houden met het werven van vrouwen voor in het bestuur.

Van een aantal commissies werden de leden vastgesteld. Er werden commissies vastgesteld voor:

  • onderwijs en onderzoek
  • de nieuwsbrief
  • PR plan
  • organisatie van bijeenkomsten/lezingen en workshops
  • website/virtuele gemeenschap
  • onderzoek naar faciliteiten voor televergaderen
  • organisatie conferenties
  • organisatie bijeenkomst in Noord Nederland (!).
  • Na een aantal dankwoorden, vooral aan de volhoudende oprichters van de lokale afdeling kon er geborreld worden en kwam de dag ten einde.

De papers

  • Succesfactoren van een Website: Wat zijn de Kenmerken van een Goede Site?
  • Sia van Keijsteren, Rabobank
  • A new search strategy for non-experts: let the software do the expert tasks.
    P.J.M Diesveld, CBS
  • Informatiesystemen die de gebruiker de weg wijzen
    M.A. Neerincx, M. Ruijsendaal, R. Hatenboer, TNO
  • Evaluatie van een Gemeentelijk 'Internet Loket': Ervaringen en Lessen
    R.J. van Loo, J. Schaake, Universiteit Twente,

Steven Pemberton heeft voor SIGCHI Bulletin eenconferentieverslag met een korte historie van de start van de vereniging geschreven.