CHI Nederland


4 februari 2004

Door: Igor Freeke


foto ©TU Delft faculteit Industrieel Ontwerpen

Onderzoeksresultaten uit Delft

verslag van een rondleiding voor Sigchi-leden in het ID-StudioLab van de faculteit Industrieel Ontwerpen op 4 februari 2004

In het kader van het thema 'Enabling Technologies' (techniek in dienst van de mens) tracteerde de faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft SIGCHI.NL-leden op een rondleiding door het ID-StudioLab. ID-StudioLab wordt gevormd door een groep ontwerpers, onderzoekers en studenten van de Delftse faculteit Industrieel Ontwerpen. Dit is opgezet om al in een vroeg stadium van de productontwikkeling te kunnen inschatten of producten hun esthetische, ergonomische en technologische beloften zullen gaan inlossen bij de toekomstige gebruiker.

Eigenlijk was de nieuwe huisvesting van de faculteit Industrieel Ontwerpen al de moeite van het bezoeken waard. Het omvat een enorme centrale ruimte waarin modellen en prototypes kunnen worden gebouwd. En daaromheen bevinden zich studie- en computerruimtes, ontwerpstudio's en andere facilitaire ruimtes - deels in open verbinding met die centrale ruimte. Het lijkt me een bijzonder inspirerende ervaring om als student – wanneer je met allerlei ondersteunende vakken bezig bent – steeds te kunnen zien, waar dat alles toe leidt.

Maar waar we voor kwamen, was het ID-StudioLab. Na een algemeen verhaal over de doelstellingen van het lab kregen we een rondleiding langs drie verschillende projecten:

Visual and Behavioural Richness

Het eerste project was van Marco Rozendaal. Hij doet onderzoek naar de inzet en de beleving van visuele en interactieve middelen in interfaces, en wat daarvan uiteindelijk de invloed is op de interactie tussen mens en computer. Aan de hand van een eenvoudig computerspel liet Rozendaal ons zien hoe de spelervaring kan veranderen door met verschillende grafische ontwerpen de verschijningsvorm van het spel te variëren en door daadwerkelijk het gedrag van het spel aan te passen. En bij een spel zorgt dat er natuurlijk vooral voor dat het blijft boeien – of niet. Met deze opstelling – die zich nog in een beginstadium bevindt - wil Rozendaal te weten komen, welke elementen voor een prettige sensatie zorgen en hoe die elementen het spel beïnvloeden.

Atmosphere Controller

Het tweede project dat we te zien kregen was van Martijn Vastenburg. Hij doet onderzoek naar computergestuurde sfeeraanpassingen in de huiskamer. Binnen het ID-Studiolab is daarvoor het StudioHome ingericht, zeg maar woonkamer van de toekomst. Aan de hand van gebruikersonderzoek zijn sferen beschreven in termen van muzikale voorkeuren, lichtinstellingen en video- en fotoprojecties. Eenmaal opgeslagen in de computer, kunnen die te allen tijde worden opgeroepen, via een tablet-computer - dat is een laptopcomputer met een aanraakscherm, zonder toetsenbord - maar ook via een speciale tactiele interface die volledig op gevoel werkt.

Zie voor uitgebreide informatie over dit project: Delft Integraal online 2003.6.

Inspiration engineering

Het derde project was van Ianus Keller. Hij onderzoekt hoe je de verbeelding van ontwerpers (industrieel en grafisch ontwerpers, architecten, modeontwerpers, etcetera) kunt prikkelen door ze te helpen bij het maken van collages – in vaktermen ook wel ‘moodboards'. Het maken van collages is een veelgebruikte methode in de ontwerpwereld om over sferen en gevoelens te kunnen praten en om ze uiteindelijk als een leidraad voor de rest van het project vast te leggen. Zelfs marktonderzoekers maken er tegenwoordig gebruik van, om er achter te komen wat mensen nu werkelijk voelen bij bepaalde producten of diensten.

Probleem is alleen dat het maken van een collage tegenwoordig nogal wat haken en ogen heeft:

  • de plaatjes staan vaak op papier en zijn niet handig gearchiveerd;
  • de collages worden tegenwoordig meestal met de computer gemaakt in een fotobewerkingsprogramma dat eigenlijk veel te complex is om nog intuïtief mee te kunnen werken;
  • de plaatjes moeten daarom worden gescand, wat tamelijk tijdrovend is;
  • en daarnaast vraagt het maken van een collage zoveel toewijding van één persoon achter een computer, dat het geen groepsactiviteit meer kan zijn. Terwijl je met z'n tweeën of drieën, bij het maken van een collage, juist een aanstekelijk brainstorm-effect kunt krijgen.
  • Met die problemen in het achterhoofd maakte Keller een apparaat dat er uitziet als een overhead projector. Om de jongere lezer een beeld te geven:http://www.epinions.com/3M_Overhead_Projector_1730... . Je kunt er plaatjes mee fotograferen - dat gaat namelijk veel sneller dan scannen en het is tegenwoordig van prima kwaliteit - èn je kunt de resultaten bekijken en manipuleren – draaien, vergroten of verkleinen. Verder kun je plaatjes ook op een hele intuïtieve manier groeperen en je kunt je collages vastleggen – of ze nu electronisch of van papier zijn, of een combinatie van beide. De foto's worden van bovenaf gemaakt èn de resultaten worden van bovenaf, op hetzelfde vlak geprojecteerd als waar het onderwerp van de foto ligt.

    Het elegante van dit prototype is dat het met tamelijk eenvoudige middelen is gebouwd en dat de aandacht vooral is uitgegaan naar de praktische bruikbaarheid. Onder het witte projectievlak ligt een reusachtig tekentablet (invoervlak waarmee ontwerpers en kunstenaars met een speciale pen ‘op het scherm' kunnen tekenen). Samen met de digitale camera bleek het veel beter en goedkoper dan het gebruik van een groot, liggend ‘touchscreen' - een gouden vondst.

    Kort samengevat; het nieuwe gebouw van de faculteit Industrieel Ontwerpen (IO) is voor mij als oud IO student een overtuigend bewijs dat vroeger niet alles beter was. En dat het laatste project zo veel indruk maakte, komt doordat er - op de juiste momenten - veel aandacht naar de gebruiksaspecten is gegaan.

    Igor Freeke is freelance interactieontwerper en usability consultant. Voor meer informatie: http://www.freeke.net.