CHI Nederland


CHI 2004 (verslag)


chi2004_w480.gif

De jaarlijkse internationale conferentie over mens-machine-interactie (Human-Computer Interaction, HCI of CHI) werd dit voorjaar gehouden in Wenen. Voor Sigchi.nl, de Nederlandse vereniging voor mens-machine-interactie was dat aanleiding, een avondsessie te beleggen om de thuisblijvers bij te praten. Voor een afgeladen zaal in het kantoor van User Intelligence deden vier sprekers hun verslag van de CHI 2004.

Een snel rondje over de conferentie

Johan Schuurmans van IBM opende de sessie en bracht staccato verslag uit van wat hem was opgevallen op de CHI. Onder andere een workshop van David Siegel and Susan Dray, die alternatieve methoden gebruiken om kwalitatieve data grijpbaarder te maken en daarmee de kloof tussen onderzoek en ontwerp proberen te dichten. Daarnaast was Schuurmans gestuit op onderzoek naar de interruptability meter : hoe kan een computer opmerken wanneer de gebruiker wel of niet mag worden gestoord? De beste voorspellers blijken eenvoudigweg met muis en toetsenbord te kunnen worden waargenomen.

Ambient intelligence

Aga Matysiak van Océ bezocht een workshop van wetenschappers - nota bene uit Eindhoven - over Ambient intelligence: technologie die alomtegenwoordig is in apparaten als telefoons, elektronische agenda's (PDA's) en auto's, maar voor een groot deel verborgen is in draadloze computernetwerken. Technologie die op dit moment al voor een deel operationeel is en voor een grote doorbraak staat. Hoe zorgen we ervoor, dat we niet verdwalen in de wirwar van mogelijkheden die deze nieuwe technologie ons te bieden heeft? De gedroomde oplossing ligt voor de hand: de techniek moet ons veel keuzes uit handen gaan nemen. De techniek moet ons begrijpen in plaats van andersom. Onze elektronische agenda (PDA) moet aanvoelen wanneer we een zakenreis maken en geen oren hebben naar toeristische informatie. We moeten een hotel kunnen vinden, kunnen boeken en liefst ook nog kunnen betalen met datzelfde ding. En dan willen we niet telkens weer worden gevraagd, op welke manier we willen betalen: via bank zus of provider zo. Maar daar wil onze PDA - en het hele netwerk waarmee het in verbinding staat - wel wat voor terug: onze privacy. Het moet natuurlijk alles van ons weten, liefst onze gedachten lezen. Want als we slaapdronken de kamer binnenstappen willen we wel dat het licht vanzelf aanfloept, maar liever niet op volle sterkte. Hoeveel we van ons zelf bloot willen geven blijkt vooral te maken met perceptie van privacy. En daar komt HCI om de hoek kijken.

Een andere manier om de gebruiker niet te laten verdwalen is, de gebruiker zo veel mogelijk controlemogelijkheden (machtsmiddelen) in handen te geven. Laat hem of haar maar zelf bepalen hoeveel gevoelige informatie wordt uitgewisseld. Daarvoor is het nodig dat de gebruiker een vertrouwensband met zo'n ambient intelligent systeem opbouwt, waarbij vertrouwelijke informatie - net als in echte relaties - beetje bij beetje wordt uitgewisseld. En tenslotte zal ambient intelligence gewoon niet voor alle domeinen even geschikt blijken.

De positie van HCI in het bedrijfslven

D.J. Hoets van Flipside constateerde nuchter een afname van de bedrijfsdeelnemers op de CHI's van de afgelopen jaren en vond hierin de aanleiding om de stand van zaken in het vakgebied door te nemen met de zaal. Waarom slagen mensen uit het vakgebied er maar zo mondjesmaat in om hun doelgroep te overtuigen van het nut, ondanks een goede argumenten? Waarom haken zoveel opdrachtgevers, aanvankelijk enthousiast, zo gemakkelijk af wanneer het projectbudget ook maar een beetje in de knel komt?

Hoets had daar zo z'n eigen ideeen over:

  • HCI-professionals presenteren zich met een Babylonisch arsenaal van functieomschrijvingen, te weten: interactieontwerper, usability specialist, informatie-architect, ergonoom, user centered designer, experience designer - om er een paar te noemen. Hoewel deze omschrijvingen voor een deel onderscheidend zijn, bestaan er grote overlappingen en zullen de subtiele verschillen voor de meeste buitenstaanders verborgen blijven en hen alleen maar het gevoel geven, te maken te hebben met ordinaire jobtitle dropping . En last-but-not-least worden ze nog geconfronteerd met CHI, HCI en mens-machine-interactie.
  • HCI-professionals weten het vaak beter: tegen de marketeer: "dit sluit echt niet aan bij de doelgroep"; tegen de IT'er: "dit is misschien wel logisch voor jou, maar niet voor de gebruiker"; tegen de grafisch ontwerper: "mooie kleurcombinatie, maar wel eens aan kleurenblindheid gedacht?". HCI-professionals zijn generalisten: ze weten wat van vormgeving, van IT, van communcatie en ga maar zo door. Tegenspelers voelen zich vaak bedreigd, wanneer je hen op hun vakgebied treft.
  • HCI-professionals denken vooruit : niet "komt de bezoeker naar een site" en "doet de site wat hij moet doen" maar "wordt de bezoeker zo goed bediend dat hij later nog eens terugkomt". Veel oppdrachtgevers - zeker zo lang we nog niet tot de board rooms zijn doorgedrongen - denken in termen van snel scoren: "laat die site er eerst maar eens komen en dan zien we wel weer verder".


De knuppel was hiermee in het hoenderhok gegooid en vanuit de zaal werden de oplossingen aangedragen:

  • Ga constructiever meedenken met de opdrachtgevers in plaats van slecht nieuws brengen. Laat ze de consequenties van hun eigen ideeën zien met visualisaties.
  • Zorg ervoor dat tenminste één vaardigheid verwerft die buiten het strikte HCI werkterrein ligt maar wel duidelijke raakvlakken kent, zoals grafisch ontwerp, projectleiding, journalistiek, programmeren of wat dan ook.

Of die laatste oplossing de definitieve oplossing is, betwijfel ik maar voordat we de gewenste architectenrol kunnen opeisen en daadwerkelijk toebedeeld krijgen, is dat misschien niet zo'n slecht idee.

Meruteam en het European Patent Office

Josine van de Ven van Meruteam week een beetje van de formule af en hield een presentatie over een omvangrijk - meerjarig - project dat Meruteam uitvoerde voor het European Patent Office (EPO). Er draaiden een groot aantal bedrijfsapplicaties bij EPO, die door obscure codes en instructies en de rommelige lay-out steeds lastiger werden om te doorgronden -vooral voor nieuwe medewerkers. Een typisch HCI-probleem dus. Met de style guides van Meruteam worden de applicaties verbeterd en leerbaarder gemaakt, maar met behoud van de mogelijkheid om snelle commando's in te voeren - om de ervaren gebruiker niet tekort te doen. Ongeveer zoals Microsoft Office applicaties werken: de menu's dienen aan de ene kant als reddingsboei, maar laten vaak ook meteen zien hoe het sneller kan. Bijvoorbeeld met een icoontje op de taakbalk of met een toetscombinatie voor de echte liefhebber.

Conclusie

Een interessante CHI-conferentie betekent nog niet dat het vakgebied behoorlijk op de kaart staat. Hiermee raakte Hoets een gevoelige snaar. En dat terwijl de case van het European Patent Office nog eens duidelijk onderstreepte wat de waarde van HCI is. Toch is het ook ooit gelukt om een diffuus vak als reclame in de markt te zetten, terwijl het investeringrendement daar een stuk minder voorspelbaar is. Hier ligt een taak voor Sigchi.nl.


Igor Freeke, 19 september 2004

links bij dit artikel:
www.chi2004.org
www.ibm.com/nl
www.meruteam.com
www.oce.nl
www.flipside-experience.nl
www.userintelligence.com