CHI Nederland


Successen, uitdagingen en onzekerheden bij Océ Design (verslag)


oce_w380.jpg

Vierde Océ in 2002 haar 25e lustrum, dit jaar had het bedrijf 'iets kleins' te vieren: het was namelijk vijfentwintig jaar geleden dat Océ zijn eerste copier van een groen knopje voorzag. Een klein knopje dat sindsdien symbool staat voor de mensgerichte ontwerpfilosofie van Océ. Het knopje heeft vele stormen en de tand des tijds doorstaan, maar de perfecte interface is nog steeds niet ontworpen.

In ruim 25 jaar is het ontwerpteam gegroeid van 1 naar 21 mensen en heeft Océ een naam opgebouwd als fabrikant van gebruiksvriendelijke copy- en printsystemen. Ontwerpmethodes zijn vervolmaakt en design is volwaardig opgenomen in het R&D programma, wat onder meer resulteerde in 50 felbegeerde designprijzen. Jo Geraedts, manager van het Océ Industrial Design Department gaf een lezing over de successen, uitdagingen en onzekerheden bij Océ design.

In 1979 lanceerde Océ het type 1900, die voor de eerste maal was uitgerust met de groene knop. Deze copier had een extreem simpele interface, die ervoor zorgde dat je de meestvoorkomende basishandelingen kon verrichten met één druk op de groene knop. Er was in die tijd nog nauwelijks aandacht voor het bedieningsgemak van copiers en met deze nieuwe feature zette Océ in één klap de concurrentie in de schaduw. Een van de opvolgers van de 1900 had een automatische licht-donker instelling. Het kon wel handmatig, maar het hoefde niet: geavanceerde elektronica herkende het soort document en stelde de belichting zelf in.

De voortschrijdende techniek maakte in de loop van de tijd complexere taken - sorteren, nieten, etcetera - mogelijk, die natuurlijk ook weer aangestuurd moesten worden via de interface. De interface werd groter en 'digitaler': led-jes maakten plaats voor lcd-schermpjes en zwart-wit schermpjes voor kleur. Grotere schermen maakten overzichtelijke menu's mogelijk waarmee verschillende 'niveaus' van gebruik konden worden aangeboden. Digitalisering van het 'scan-' en 'printproces' maakte het mogelijk om het zoomen automatisch te laten verlopen - wanneer het origineel A3 meet en de papierlade is gevuld met A4 - en om de papieroriëntatie van origineel en kopie automatisch af te stemmen.

Midden jaren '80 deden kleurenprints hun intrede maar Océ was er niet van overtuigd dat dit een blijvertje was, en zeker niet voor de kantoormarkt. Dat bleek een kostbare vergissing en het heeft tot diep in de jaren '90 geduurd voordat Océ op dit vlak weer aansluiting vond bij de concurrentie. Maar de grootste ontwikkeling in het kantoorlandschap van de afgelopen 25 jaar is toch ongetwijfeld de komst van de PC op elk bureau. Dit zorgde ervoor dat de copiers van Océ ook moesten kunnen gaan printen. Vooral die laatste ontwikkeling heeft veel invloed gehad op de interface: een deel van de interface bevond zich opeens niet meer op de machine zelf, maar virtueel, in de vorm van een printprogrammaatje op ieders persoonlijke computer. Ook deze interface heeft inmiddels een Océ-waardige look-and-feel gekregen.

Meerdere keren is het paperless office aangekondigd, maar de wereld van inkt en papier lijkt te blijven - en is nog steeds in ontwikkeling. De printer staat steeds minder op zichzelf, het gaat steeds meer deel uitmaken van een netwerk, een verschijnsel dat men ook ambient computing noemt. Om maar wat te noemen: mensen gaan draadloos contact maken met de printer. Printopdrachten worden direct afgerekend via een netwerk dat in verbinding staat met een kassa - of een financiële administratie. Deze steeds verder gaande integratie met de kantooromgeving maakt het voor Océ Industrial Design lastig om nieuwe producten te ontwikkelen. Immers, het enige dat zeker is, is dat het succesvol functioneren van een printer of copier steeds meer afhankelijk gaat worden van omgevingsfactoren die Océ zelf niet of nauwelijks in de hand heeft. Schrale troost voor Océ is dat ook de concurrentie met dit probleem zit.

Igor Freeke, 1 december 2004